HONDURAS
PIRATES OF THE CARIBBEAN
Utila is een klein Caraïbisch eiland en behoort tot Honduras. Het maakt samen met Roatan en Guanaja deel uit van de Bay Islands. De eilanden liggen ongeveer 30 km van het vasteland. Onze redacteur Tim ging polshoogte nemen bij één van de pioniers op vlak van duiken op het eiland, de Utila Lodge met het bijbehorende duikcentrum College of Diving.

Tekst & foto’s: Tim Steenssens
Ready? GO! Vanaf het achtersteven plons ik met een grote stap voorwaarts het warme blauwe water in. Daar gaan we! Tien meter onder me zie ik de eerste contouren van het koraalrif. De kleurrijke waaierkoralen sieren massaal het rif en wapperen in de lichte stroming. De ene is al groter dan de andere en ze vechten om hun plaats. De topografie is schitterend. Het is een glooiend landschap met een brede strook koraalrif dat start rond twee meter diepte en dan langzaamaan afloopt tot ongeveer 25 meter. De koraalstrook wordt in de breedte geregeld onderbroken door smalle stroken wit zand. Ze vormen de perfecte corridors om door te duiken. We zijn nog maar net bij het rif, wanneer een adelaarsrog vlak langs ons zwemt. Het majestueuze dier verrast me, want hij is al bijna voorbij ons als we hem voor het eerst opmerken. Een echte wegpiraat! Ik kan nog net de achterkant fotograferen, perfect om deze rog later te identificeren. Sebastian, mijn persoonlijke duikgids, kent de riffen duidelijk als zijn broekzak en leidt me probleemloos langs een interessante route. Iets verder in een kleine tunnel kijkt een reusachtige murene me verdwaasd aan, maar Sebastian tikt alweer driftig op zijn tank om mijn aandacht te trekken. Vanuit mijn standpunt zie ik voorlopig niets, maar als ik dichterbij ga kijken, zie ik het. Er zwemt een uit de kluiten gewassen karetschildpad over het rif recht onze kant op! Wegpiraat nummer twee! ‘Pirates of the Caribbean’ zijn het! Camera in de aanslag en klik! De eerste van velen staat op de plaat!

Ik heb Indiana Jones vibes na deze vlucht!INDIANA JONES GEVOEL
Waar ik ben? Op het eiland Utila. Na een 10 uur durende comfortabele vlucht vanuit Madrid met Air Europa zag ik vanuit de lucht de lichtjes van de stad en de luchthaven van San Pedro Sula al liggen. De omringende bergen en de overweldigende natuur worden omstreeks 4 uur ’s ochtends lokale tijd nog verhuld door de duisternis. De gedachte aan de turquoise wateren van de Caraïben overwon mijn vermoeidheid moeiteloos. Het avontuur werd echt tastbaar wanneer ik rond 9 uur aan boord van een propellervliegtuigje stapte voor het laatste stukje van het vasteland richting de Bay Islands. Een beetje een Indiana Jones gevoel, ik had een hoed moeten bij hebben. Ik landde op het grootste eiland, Roatán, om de volgende dag met de ferry naar het idyllische eilandje Utila te varen. Hoe cool om het eiland te zien opdoemen aan de horizon vanop de boot. Bij aankomst stonden bij de steiger tientallen tuk-tuks te wachten om iedereen op zijn bestemming te brengen, er zijn namelijk geen auto’s op het eiland! Eigenlijk kan het ook te voet, maar voor de bagage was het best handig om van de tuktuk gebruik te maken. Je helpt er ook de lokale bevolking mee. De immer aanwezige reggae muziek klonk overal en ik moest er blijkbaar zichtbaar van genieten, want een local zei steevast ‘Welcome in Utila and enjoy di island music, my friend’. De vibe was gezet.
UTILA LODGE
Utila is het kleinste eiland van de Bay Islands, maar zijn reputatie als een van de beste en meest betaalbare plekken ter wereld om te leren duiken, maakt het een zeer populaire bestemming voor duikfanaten en backpackers. Het eiland herbergt ook de Utila Lodge en dé allereerste duikschool op het eiland, de College of Diving, een hoogwaardige duikschool die allerhande cursussen aanbiedt van recreatief, professioneel tot technisch duiken. Er is zelfs een hyperbare kamer in de duikschool met een volwaardig team van gecertificeerde operators die de klok rond ingezet kunnen worden. Naast het duiken is Utila bekend om de mogelijkheid om walvishaaien te spotten, vooral tussen de maanden maart en mei en van augustus tot oktober. Het eiland biedt ook mogelijkheden om te kajakken of suppen en er zijn rustige, minder drukke stranden te verkennen. Er heerst een bohemien sfeer en er is een internationale gemeenschap met een verscheidenheid aan bars, cafés en restaurants. Het is genieten om ’s avonds op straat rond te kuieren en op te gaan in de gezellige drukte van toeristen en tacoventers.

DE LODGE IS EEN PAALWONING
De lodge is maar een paar 100 meter van de ferry verwijderd en na een ritje van twee minuten rijden we de oprit op. Arjen de Graaf, een uitgeweken Nederlander die ondertussen helemaal geïntegreerd is in de lokale gemeenschap, ontvangt me hartelijk en vertelt met trots over het eiland. Rebecca, de eigenaresse en manager van de lodge, komt ook kennis maken en schotelt me een heerlijke piña colada voor. Het uitzicht is fenomenaal. Het turquoise water van de zee steekt fel af tegen het groene eiland. We zitten in het restaurant achteraan in het houten complex. Het is letterlijk op de zee gebouwd. Het is eigenlijk een enorme paalwoning met verschillende steigers. Verder op het water is ook een groter platform. Een schitterende locatie om ’s avonds na te praten met een cocktail en de laatste zonnestralen mee te pikken. Ook ’s ochtends is het heerlijk ontwaken bij het aangename geluid van de golven. Iedere kamer heeft zijn eigen terras en koffie of thee wordt nog voor het ontbijt gewoon zo bij je op de kamer gebracht. De dagindeling staat volledig in het teken van het duiken. ’s Morgens vanaf 6.30 uur wordt het ontbijt geserveerd. Rond 7.30 uur varen we voor twee duiken de zee op om dan terug naar de lodge te keren voor de lunch en in de namiddag weer de zee op te gaan voor een derde duik. Je duikspullen worden door de crew aan boord gebracht en klaargemaakt. Minstens tweemaal per week is er ook een nachtduik ingepland.

De koning van de nacht is er ook!

CREATURES OF THE NIGHT!
Met z’n vieren zitten we op de Sea Sprite, een comfortabele boot helemaal ingericht op duikers. Er is genoeg ruimte voor minstens twaalf duikers en er is een droge zone voorzien voor persoonlijk materiaal. Lenzen van je camera vervangen kan dus bijvoorbeeld perfect op de boot tussen de duiken door. We deden al een duik op het wrak van de Halliburton, ook een topduik, maar ik ben zeer benieuwd om het rif ook eens in een ander ‘licht’ te zien (of moeten we zeggen ‘donker’). Tijd voor een nachtduik!
Sebastian, mijn gids, ontfermt zich over twee beginnende duikers en ik kan rustig mijn gang gaan en fotograferen bij ‘Lighthouse Reef’. Ik heb vandaag al drie duiken gemaakt, dus het wordt een ondiepe, rustige duik. Heerlijk om het warme, donkere water in te glijden. Er zijn honderden glasvisjes. Na een paar minuutjes ontdek ik een klein krabje op een spons. Het lijkt op een ‘candy crab’ die je ook wel in Azië ziet, maar ‘anders’. Na een zoektocht in de boeken kunnen we hem determineren als de ‘Cryptic Teardrop Crab’. Als die naam op zich al niet tot de verbeelding spreekt?! Ook brokkelsterren kronkelen over het rif. Ik doof mijn lamp en maak bruuske bewegingen. Zou het? Ja hoor, bioluminescente plankton! De dansende lichtjes zorgen voor magie. Getik op een fles. Ik zie Sebastian wild seinen. Bam! Hier zien we de koning van de nacht. De octopus is druk bezig het rif te scannen duidelijk op zoek naar de volgende prooi. Mooi afsluiter van de duik! Die 45 minuutjes gingen snel.
Water loopt in mijn maker door de smile op mijn gezicht.
LIEVER DIEPTES DAN HOOGTE

Met een gehuurde golfkart gaan Arjen en ik op pad. We zetten koers naar Pumpkin Hill, het hoogste punt van het eiland. Bovenop de heuvel staat een afgedankte vuurtoren waarlangs we naar boven kunnen klauteren. Heel happig ben ik er niet op. Het trapje zit aan de binnenkant van de ijzeren paal en hoe hoger je komt, hoe smaller de doorgang en hoe meer ik de indruk krijg dat de paal staat te wiegen in de wind. Als duiker hou ik meer van dieptes dan van hoogtes! Gelukkig wordt bovenin de moeite beloond, want het uitzicht is fenomenaal. Vanaf de toren spotten we verschillende roofvogels die vakkundig rondcirkelen op de thermiek. We kunnen 360° in het rond kijken en zien zelfs het vasteland van Honduras liggen.
GROENE WILDERNIS

We vervolgen onze rit. De weg, soms verhard, soms gewoon zand, slingert verder door de groene wildernis. Ondertussen vertelt Arjen over het sterke gemeenschapsgevoel op het eiland. Iedereen kent elkaar, zwart, wit, blauw of oranje. Prachtig om te zien hoe mensen van allerlei allooi met elkaar omgaan als familie. Je ziet ook hoe erg Arjen geïntegreerd is in de gemeenschap, wanneer lokale voorbijgangers hem telkens weer hartelijk begroeten. Arjen vertelt dat in de zomer iedereen meehelpt bij het te water laten van de vele schildpadjes die op de stranden uit hun eieren komen. Terwijl in andere toeristenoorden honderden dollars worden gevraagd om zo’n spektakel mee te mogen maken, is het hier gewoon gratis voor iedere eilandbewoner. Hier wordt streng op toegezien door de lokale instanties die het allemaal in goede banen leiden, maar het is echt een evenement waar de hele gemeenschap bij betrokken is.
Er is zelfs een hyperbare kamer in de duikschool aanwezig.


SCHUCHTER EN SCHICHTIG!
De uitbundige koraalriffen en grillige topografie met zijn vele spelonken en tunnels nodigen in eerste instantie uit tot groothoekfotografie, maar ben ik blij dat ik ook even de tijd heb genomen voor macro. De schuchtere en schichtige kaakvissen ‘jawfish’ bijvoorbeeld, zie je regelmatig vanuit hun holletje in het witte zand komen, maar zodra er iets of iemand in de buurt komt, verdwijnen ze weer even snel als ze gekomen zijn. Omdat ik weet dat deze vissen muilbroeders zijn (ze dragen de eitjes in hun mond) vraag ik aan de gids of hij toevallig geen drachtig exemplaar weet te zitten. U vraagt, wij draaien, lijkt het. Bij de start van de duik wijst Sebastian me vrijwel onmiddellijk een ‘sailfin blenny’ aan, waar ik me even kostelijk mee kan bezig houden, maar dan, 5 minuutjes, later is het raak. We stoten op een koppeltje kaakvissen. Ik kan het zelf niet goed zien vanaf afstand. Ze zijn zo klein, maar Sebastian geeft duidelijk aan welke van de twee het precies is. De linkse! Ik had van tevoren aangegeven dat ik, in het geval van een kaakvis met eitjes, de rest van de duik aan een goed shot zou wijden. Daar gaan we…

DAAR IS ZE!
Ik laat het paartje rustig aan mijn aanwezigheid wennen… Rustig zet ik in mijn camera instellingen goed, mijn snoot in ongeveer de juiste positie en nader zo behoedzaam mogelijk. Op mijn schermpje zie ik de beauty verschijnen. Zoals verwacht schiet het diertje vrijwel onmiddellijk terug haar schuilplaats in. We vergeven haar haar bedeesdheid (de vrouwtjes dragen de eitjes). Dit moet zachtjes en liefdevol aangepakt worden. Ik profiteer ervan om nog dichterbij te komen. Regel 1 bij onderwaterfotografie. Als je denkt dat je dichtbij genoeg bent, ga dan nog een beetje dichterbij. Ondertussen zou de vis nu bijna beeldvullend op de display moeten verschijnen als ze tevoorschijn komt. Nu is het wachten. Na 10 minuten vang ik de eerste glimp op van de zorgzame moeder. Voorzichtig steekt ze haar kopje naar buiten, maar verdwijnt weer onmiddellijk. Dit was het nog niet, maar het eerste barstje in haar pantser geeft me hoop. Weer 10 minuten later, we zijn ondertussen 30 minuten in duik, wint haar nieuwsgierigheid het eindelijk van haar behoedzaamheid en waagt ze zich iets verder uit haar schuilplaats. Ik kan een mooie foto maken langs de zijkant, maar ik lig uiteraard te wachten tot ze eindelijk besluit mijn kant uit te kijken. Dat besluit stelt mevrouw nog een kwartier uit, maar net voor Sebastian in beeld komt om te vragen naar mijn luchtvoorraad, kijkt ze heel aandoenlijk mijn richting uit. De honderden oogjes in haar bek kijken met haar mee. Ik kan eindelijk tevreden afdrukken! Dat geeft toch altijd een kick! Vreemd genoeg is het bijna altijd de laatste foto die het wachten de moeite waard maakt. Ook een remora komt meevieren. Hij verwart me met een schildpad en blijft bij me tot we aan het oppervlakte komen. Er loopt een beetje water in m’n masker door de brede smile op mijn gezicht.

